jan
03
2019

Bibliobesitas #43

Author // frits_tromp1
Posted in // Modern Times

Je moest je onderdompelen en je heel goed inzepen en afboenen met een krullerige bol die ‘luffa’ heette, en je nogmaals onderdompelen, en dan kwam oma, die je op je knieën in het badwater zette en je stevig bij de arm vastgreep en je eigenhandig helemaal begon af te schuren, van top tot teen en terug, met een soort paardenborstel met angstaanjagende haren, als de ijzeren kammen van het boosaardige Romeinse rijk, de ijzeren kammen die de huid van het vlees van rabbi Akiva en de andere Joodse martelaren hadden gescheurd, totdat je huid helemaal roze was als rauw vlees, en dan moest je van oma je ogen stijf dichtknijpen en zeepte ze eigenhandig je hoofd in en liet het schuimen en schrobde met haar sterke nagels je haarwortels, als Job die zichzelf kastijdde met een potscherf, en al die tijd legde ze je uit met haar prettige bruine stem wat een mesthoop van vuiligheid en slijk je lichaamsklieren elke nacht uitscheidden terwijl je sliep, zoals plakkerig zweet en allerlei vetten van lichaamsvuil en viezigheid van huidschilfers en uitgevallen haren en afval van een hoop dode cellen en nog allerlei soorten troebele afscheidingen waar je maar beter niets van kon weten, en terwijl je sliep en niets in de gaten had, smeerden al deze lichaamsafscheidingen zich uit over je lichaam en vermengden zich met elkaar, waardoor ze de microben en de bacillen en de virussen uitnodigden, maar dan ook letterlijk uitnodigden, om over je hele lichaam te wemelen, om nog maar te zwijgen van alles wat de wetenschap nog niet ontdekt had, alles wat je zelfs met de sterkste microscopen nog niet kon zien, maar ook al zag je het niet, het wandelde wel elke nacht over je hele lichaam met triljoenen piepkleine weerzinwekkende vieze harige pootjes, precies zulke pootjes als die van een kakkerlak, maar veel en veel kleiner zodat je ze helemaal niet kon zien, zelfs de geleerden zagen ze nog niet, en met die pootjes vol smerige stoppels kroop dat dan weer terug in ons lichaam door je neus en je mond en door ik hoef je niet te vertellen waar nog meer, vooral wanneer mensen zich op die niet-zo-mooie plekken nooit en nooit behoorlijk wassen, ook niet wanneer ze het zogenaamd afvegen, want afvegen is helemaal geen schoonmaken, integendeel, zo wrijf je de smerige uitscheidingen alleen maar in die miljoenen piepkleine gaatjes die we over onze hele huid hebben, en dan wordt alles daar nog veel viezer en zwetender en weerzinwekkender, vooral omdat het vuil van binnen dat ons lichaam almaar, almaar uitscheidt, dag en nacht, zich daar vermengt met het vuil van buiten dat aan ons kleeft door de aanraking met onhygiënische dingen die Joost mag weten wie daarvoor heeft aangeraakt, zoals bijvoorbeeld geld of kranten of een trapleuning of deurkrukken of zelfs eten dat je gekocht hebt, wie kan immers weten wie er daarvoor geniesd heeft op wat jij aanraakt, en wie zelfs, neem me niet kwalijk, zijn neus daar in de buurt heeft gesnoten en misschien is er wel iets uit zijn neus precies op die snoeppapiertjes gevallen die jij zomaar van de straat opraapt en op het bed legt, waar daarna mensen op slapen, om nog maar te zwijgen van over die kurken van je die je zo uit het vuilnis haalt en over de warme maïskolf die je moeder, moge ze gezond blijven, koopt uit de hand van die man die misschien niet eens zijn handen heeft gewassen en afgedroogd nadat hij naar de neem me niet kwalijk geweest is, en hoe kunnen we er zo zeker van zijn dat dat een gezond mens is?

Uit: Amos Oz – Een verhaal van liefde en duisternis, blz. 110-111
Vertaling: Hilde Pach, 2005
© Uitgeverij De Bezige Bij, 14e druk, mei 2009

Tags // , , , , , , , ,

Trackback from your site.

Leave a comment

You must be logged in to post a comment.