jul
13
2016

Brood #2

Author // frits_tromp1
Posted in // Modern Times

Toen Herman Brood vijftien jaar geleden zijn dood tegemoet sprong, kende ik hem eigenlijk niet goed. Natuurlijk, je wist wie het was. Maar inhoudelijk of qua muziek? Daarvoor wist ik te weinig. Daar kwam verandering in door een herhaling van Villa Felderhof, met Brood en Majoor Bosshardt te gast. Een mooie aflevering, gemaakt door gastheer Rik Felderhof. Mooi, omdat twee totaal verschillende mensen elkaar werkelijk zágen.
Maar minstens net zo mooi is het verhaal wat Martin Bril schreef over de dood van Brood. Ik citeer uit de versie van Man In De Verte. “Hoeveel mensen weten eigenlijk dat hij een ongelooflijk goede plaat maakte, Ciao Monkey, een plaat die over Hermans strijd met de verdovende middelen ging. Die strijd had hij gedeeltelijk gewonnen, of verloren – hoe je het maar bekijkt. In ieder geval gebruikte hij geen speed meer. (…)
Ciao Monkey sluit af met een liedje van Nick Cave, een zanger die Herman bewonderde, zoals hij eigenlijk iedereen bewonderde die op het randje van de zelfkant balanceerde en daar kunst van kon maken, desnoods levenskunst (Brood was een grote, gulle en oprechte vriend van zwervers, hoeren en junkies, zoals het hoort, want op het randje is het mogelijk vrij te zijn, al moet je er niet overheen kukelen). Het liedje heet ‘When I Get Home’.
Herman zingt, terwijl hij zichzelf hij zichzelf begeleidt op de piano. Zijn stem is helder en dromerig tegelijk. De piano is rinkelend en traag. ‘When I get home, I knew it ain’t no sin, when I get home, you know I take off my skin. When I get home I’m gonna see my girls. When I get home I’m gnna buy them a toy. When I get home they’re gonna jump for joy. But right now, right now, right now – I fly on my own.’
Het is het mooiste, het waarste, het ontroerendste en liefste wat Brood ooit heeft gezongen. Ik zal het nooit vergeten. En verder, om met Chabot te spreken: we moeten er nog maar eens een hartig woordje over wisselen, daarboven, want dit was natuurlijk een mislukt idee.”
En zo is het. Zoals Bril het verwoordde, zo was het. Reden genoeg om When I Get Home maar weer eens aan te zetten. Verdraaid, Bril had gelijk. Een trage en rinkelende piano. Het mooiste en het waarste van Brood. Maar net zo goed het ontroerendste en liefste. Brood op zijn smalst. Aldus Bril – minstens net op zijn smalst als Brood.
Chabot, zijn naam is inmiddels gevallen. Hij was één van de eersten in Nederland die met literair theater kwam. Eerst met Jan Mulder en Remco Campert, later met Brood en Jules Deelder. In 2006 toerde hij met Ronald Giphart en Martin Bril in de theatervoorstelling Giphart & Chabot met bril. Momenteel gaan Giphart en Chabot de theaters langs met hun show Trio Giphart & Chabot.
Toen Herman dood was, zei men: “Men leeft niet van Brood alleen.” Een verwijzing naar een uitspraak van de godsman Mozes, die namens zijn Opdrachtgever zei “dat de mens niet alleen van brood leeft, maar dat de mens leeft van alles wat uit de mond des HEREN uitgaat” (Deuteronomium 8:3). Het is zoals Bob Dylan in 2012 in zijn nummer Pay In Blood zong, en sindsdien avond aan avond de wereld in gooit: Man can’t live by bread alone. I pay in blood, but not my own.
Waarvan akte.

Tags // , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Trackback from your site.

Leave a comment

You must be logged in to post a comment.