feb
22
2021

Herstelplan

Author // frits_tromp1
Posted in // Modern Times

Het demissionaire kabinet moet heel snel met een ‘herstelplan’ komen voor Nederland ná de crisis, vinden de drie planbureaus. “De politiek moet terug naar normaal.”
Al vanaf de zomer van 2020 zit Kim Putters, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), aan tafel bij het kabinet-Rutte III om mee te praten over de coronacrisis. Net als zijn collega’s van het Centraal Planbureau (CPB) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Putters is er altijd, op dinsdag en vrijdag, en het kan bijna niet anders of dat betekent: hij en zijn collega’s hebben invloed op het coronabeleid. Toch komen ze in een brief met een dringende boodschap aan het demissionaire kabinet: bedenk een ‘herstelplan’ voor Nederland ná de crisis. Om de schade van de coronacrisis teniet te doen, economisch én sociaal, om de kansen te gebruiken die er nu bijvoorbeeld zijn om bedrijven duurzamer te laten werken, en ook om op te lossen wat er al voor de crisis niet goed ging.
“Er is geen tijd te verliezen,” staat in de brief. De ministers kunnen volgens de drie planbureaus niet wachten tot de verkiezingen en de kabinetsformatie voorbij zijn.
In een vergaderzaal van het bijna lege SCP-kantoor – de meeste onderzoekers werken thuis – zegt Putters dat hijzelf de crisis tot nu toe beleefde zoals veel mensen. Want dat kwam al eerder uit SCP-studies: “Met mij gaat het goed, ik maak me wel zorgen over anderen.”
Zijn broer, kapitein op een schip voor feesten, kwam werkloos thuis te zitten. En al hield hij door de overheidssteun zijn salaris, hij vond het ellendig. “Dat wordt, denk ik, onderschat in alle discussies: mensen willen werken.” Putters’ broer nam ontslag en laat zich nu door bedrijven inhuren als zzp-kapitein. “Hij heeft volop werk en fleurt weer helemaal op.”

Met uzelf ging het goed?
“Na de zomer vond ik het zwaarder worden. In oktober ben ik in mijn week herfstvakantie als een gek gaan schrijven, ik vond dat we als SCP een diepere analyse moesten maken van de crisis. Ik ben daarin doorgeslagen, ik kon niet meer stoppen met werken en kreeg moeite met slapen. Het duurde een paar weken. Toen heb ik mijn ritme aangepast, ik ben overdag gaan wandelen. Dat hielp.”

En u mist de kapper?
“Bedankt voor die vraag. Als het in vergaderingen over de kappersbranche gaat, kijkt iedereen naar mij. Het zit zo: ik heb er in december niet bij stilgestaan dat de kappers dichtgingen, al had ik het natuurlijk kunnen weten door al mijn besprekingen met het kabinet.”

Kim Putters vertelt over zijn ouders, in de zeventig, die het wel ‘redden’ – maar weinig buiten komen. “Voor jonge kinderen is een jaar een forse periode waarin je van alles zou moeten meemaken en leren. En je hebt ouderen die niet weten of hun nog wel tien jaar is gegeven. Dan is het een hard gelag als je zo’n lange tijd je kinderen en kleinkinderen veel minder ziet.”

Over die twee groepen gaat het vaak in deze crisis: de jongeren en de ouderen, met tegengestelde belangen. Hoe ziet u dat?
“Ik vind dat die tegenstelling te veel wordt gecreëerd. Er was een periode dat het vooral om de ouderen ging, en het verhaal was dat jongeren voor hen alles moesten opofferen. Daarna had je de feestjes en kregen jongeren de schuld van de verspreiding van het virus. In een crisis zie je dat er altijd stigmatisering optreedt. Je ziet hoe in Europese landen, denk aan Slovenië, migranten de schuld krijgen van de verspreiding van het coronavirus, en je zag het in het begin hoe er werd omgegaan met Aziaten. Daarom vind ik die tegenstelling tussen oud en jong zo onverstandig, het kan zo escaleren. Wij zien in ons onderzoek dat er veel meer reden is om je zorgen te maken over de verschillen binnen de groep ouderen en tussen jongeren onderling. Door hun achtergrond, hun opleiding.”

U bedoelt dat de ongelijkheid groeit?
“Ja. Mensen die al kwetsbaar waren, zijn dat door de crisis nog meer geworden. Mbo’ers hadden al moeite met het vinden van stageplekken, nu is het helemaal niet te doen. Mensen met een beperking kwamen sinds de Participatiewet al minder vaak aan het werk, nu nóg minder.”

Wat vond u van de oproep van prominenten als de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema om jongeren als eerste meer ruimte te geven?
“Ik zou meer nuance aanbrengen. Er zijn jongeren voor wie de rek eruit raakt, maar dat geldt ook voor een groep ouderen of zzp’ers. In een crisis van deze omvang ben je al gauw bezig met bijdragen aan tegenstelling.”

Wat kan er gebeuren als de tegenstelling tussen jong en oud ‘escaleert’?
“Dan krijg je spanningen en druk op de solidariteit. We vragen nogal wat van jongeren: dat ze bijdragen aan de pensioenen en de zorg. Om dat goed te laten gaan heb je niet alleen politiek vertrouwen nodig, maar ook sociaal vertrouwen. Dat onderzoeken wij, en ik maak me daar zorgen over: het daalt. Mensen vinden zorgzaamheid en onderling respect nog steeds heel belangrijk, maar ze zien het steeds minder om zich heen.”

Door de coronacrisis?
“Ja. Mensen zien ánderen die zich niet aan de regels houden en vinden dat dat ten koste gaat van henzelf. En als je naar politiek vertrouwen kijkt: in april steeg dat tot ongekende hoogte, zo’n 73 procent stond als één man of vrouw achter het kabinet. Dat daalde tegen de zomer tot zo’n 67 procent en aan het eind van het jaar was het net boven de 50. Ik zie dat de politiek er zenuwachtig van wordt, maar het is heel normaal. Wij staan niet met z’n allen voor Rutte te klappen, die grote hoogtes passen niet bij Nederland.”

U zag nervositeit aan tafel met het kabinet?
“Daar zijn er natuurlijk zorgen over, ja. Blijft er genoeg draagvlak voor het beleid? Onze onderzoekers zeggen: Nederlanders geven de politiek vooral zesjes. Dan vind je niet alles verkeerd, maar je slikt ook niet alles voor zoete koek. Soms vinden mensen het te gortig worden met de regels en gaan ze naar een vijf. Maar het kan ook dat ze door het openen van de scholen of een paar andere verstandige beslissingen neigen naar een zesenhalf. Dat is vrij intelligent van de samenleving.”

U maakt zichzelf meer zorgen over het dalende sociaal vertrouwen?
“Ja. Als de sociale cohesie afneemt kunnen groepen elkaar steeds meer kwalijk gaan nemen. Dan komt de schuldvraag sterker naar voren.”

U schrijft met collega’s een brief aan het kabinet. Maar u zit ook al heel lang aan tafel met het kabinet. Luisteren ze niet naar u?
“Ik merk wel dat dingen die ik inbreng gehoord worden, maar dat er lang niet altijd de mentale ruimte is om er wat mee te doen. Ik zie wel dat er nu van alles terugkomt, zoals de aandacht voor stress bij jongeren, en voor emotionele eenzaamheid bij ouderen. Ik heb geleerd dat je het daar aan tafel moet blijven herhalen.”

U vindt dat het kabinet nog steeds te druk is met het virus en te weinig met de sociale schade van de crisis?
“Ik ben een sociaal wetenschapper en kan niet anders zeggen dan: ja, dat vind ik. Maar ik ben geen viroloog. De politiek moet afwegen: zie je de besmettingen als belangrijker dan de andere gevolgen? Ik zie dat de rek er sociaal gezien uit gaat. En er komt een kantelpunt aan. Straks zijn de meeste kwetsbaren gevaccineerd, neemt de druk op de zorg af en gaat de boel weer los. Hoe je dat moet doen, daar hebben wij veel kennis over. Wij weten welke groepen het meest en snel ondersteuning nodig hebben. En ik mag hopen dat nu de alarmbellen gaan rinkelen.”

U vraagt een ‘herstelplan’ van het kabinet. Maar ministers zijn óf druk met de virusbestrijding óf met de steunpakketten. Wie moet dit doen?
“Dan hoor je: een speciale gezant. Maar ze moeten het zelf doen. Dit is hun werk. De regering bestrijdt geen virus, de regering regeert. De politiek moet weer terug naar normaal.”

Er was een conflict in het kabinet tussen ministers die vonden dat Mark Rutte en Hugo de Jonge te weinig aandacht hadden voor de economische gevolgen. Heeft dat invloed op het politiek vertrouwen?
“Het is onwenselijk om in een crisistijd, waarin je zulke vergaande maatregelen neemt, onenigheid te laten ontstaan op bestuurlijk niveau. Ook dit heb ik aan tafel steeds gezegd. Zo’n 50 procent van de Nederlanders, blijkt uit onderzoek, ervaart tegenstrijdigheid in wat bestuurders zeggen over de crisisaanpak en een derde gaat dan twijfelen of ze de maatregelen zullen naleven.”

Vindt u de mogelijke schade van maatregelen als de avondklok en de sluiting van de scholen in verhouding staan tot het risico van meer besmettingen?
“Vanuit onze deskundigheid vinden wij dat nu vooral de scholen in het voortgezet onderwijs zo snel mogelijk open moeten.”

En dus niet gesloten hadden moeten worden?
“Lastige vraag, ik kan zelf die weging niet maken als het over besmettingen gaat. Dat moet het kabinet doen. Maar ik weet wat die sluiting doet met gezinnen en kinderen. De schade is groot. Het kabinet had hier creatiever mee kunnen omgaan. Als ik op hun stoel zou zitten, zou ik alles op alles zetten en grote locaties zoeken om de scholen te openen: sporthallen, tenten in het voorjaar.”

Dit was de heftigste maatregel?
“Dat vind ik, ja. En nog twee keer ook. Naast de regel dat je maar één persoon thuis mag ontvangen. Daardoor ben ik zelf anders over de overheid gaan praten. Nu noem ik die ‘de staat’. Die beslist: jij mag niet je vader én je moeder ontvangen. Het voelt alsof de staat bij mij aan de keukentafel zit.”

Bron: NRC Handelsblad

Tags // , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Trackback from your site.

Leave a comment

You must be logged in to post a comment.