mrt
11
2018

Het boek Job

Author // frits_tromp1
Posted in // Ds. van Zanten

Op een aantal momenten in mijn leven is het Bijbelboek Job bij me langsgekomen. Uit die momenten pik ik er twee uit voor vandaag.
Het eerste moment is kort na Kerst 2004. Zondag 26 december 2004, Tweede Kerstdag, vond een zeer zware zeebeving plaats in de Indische Oceaan. Ik was die Kerstvakantie onder meer bezig met het schrijven van het profielwerkstuk voor Havo 5. Over Bob Dylan. De radio stond op Radio 2 voor de jaarlijkse Top2000. Elk uur werd het dodental in de nieuwsuitzendingen naar boven bijgesteld.
De catastrofe, met een tsunami die zich in verschillende richtingen over de Indische Oceaan verplaatste, met ongeveer 230.000 doden als gevolg. In dezelfde periode had ik een vergadering met mijn TijdVoorActie-team – het zal in januari zijn geweest dat we vergaderden. Als opening wendde ik mij tot Job 38, het eerste hoofdstuk uit dit boek waarin God antwoordt op de vragen van de hoofdpersoon.
In dit hoofdstuk reageert God met het vragen naar wie eigenlijk de wateren een halt heeft toegeroepen. Wie heeft de grenzen bepaalt voor het water? Wie beheert de sluizen van de regens? Vertel het, Job, als jij het zo goed weet!
Het was mijn aandeel in de troost na zo’n ramp, dat God de touwtjes in handen heeft. Ook bij zo’n natuurramp.
Het andere moment is tijdens een E&R-week in Paasloo. Als teamleider had ik de gelegenheid om veel uit de Bijbel te lezen. En na mijn jaarlijkse bezoek aan Prediker, was het de tijd voor het Bijbelboek Job. De vrienden van Job, de Temaniet Elifaz, de Suhiet Bildad, de Naämathiet Zofar en de Buziet Elihu, hebben hun mond vol over de rechtvaardige straf van God.
Vlak voordat God Job dubbel zegent aan het einde van dit boek, spreekt Hij via Elifaz, de Temaniet, de vrienden aan: “Mijn toorn is ontbrand tegen u en tegen uw twee vrienden, want u hebt niet juist over Mij gesproken, zoals Mijn dienaar Job,” zegt God. “Neem daarom zeven jonge stieren en zeven rammen voor u, en ga naar Mijn dienaar Job. Breng brandoffers voor u en laat Mijn dienaar Job voor u bidden. Want alleen zijn gebed zal Ik aannemen, zodat Ik met u niet doe naar uw dwaasheid; want u hebt niet juist over Mij gesproken, zoals Mijn dienaar Job.”
De mannen doen wat de Heere hun opdraagt, en Job bidt inderdaad voor zijn vrienden. Net als voor zijn kinderen indertijd, offert Job opnieuw voor de zonden van derden. Wat mij trof was het korte zinnetje “…en de Heere nam het gebed van Job aan”.
Wat mij hierin zo raakt, is dat God Zich inderdaad laat verbidden. In eerste instantie geeft Hij slechts een kleine opening: alleen Job kan namens jullie nog iets goed doen, en je mag hopen dat Job dat ook daadwerkelijk doet voor jullie. Op het moment dat Job het gebed en de offers doet opstijgen, is de Heere zo genadig dat Hij daadwerkelijk vergeeft.
Die Job.

Tags // , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Trackback from your site.

Leave a comment