Joods vastgoed
Bij het Historisch Centrum Leeuwarden is onderzoek gedaan naar de (eventuele) roof en teruggave van het Joodse vastgoed, naar de aankoop van Joodse panden, en naar de gemeentelijke inning van erfpachten en straatbelastingen op panden waarvan de Joodse eigenaren waren ondergedoken of weggevoerd. Hierbij zijn geen onregelmatigheden geconstateerd.
Het onderzoek heeft geresulteerd in het rapport Roof en Rechtsherstel. Uit het rapport blijkt dat de door de gemeente gevolgde handelwijze ten aanzien van de grondgebonden betalingsverplichtingen overeen stemde met de geldende wet- en regelgeving aan het einde van de jaren 40, en is ook door de Hoge Raad der Nederlanden als rechtmatig beoordeeld. Hoewel de gemeentelijke inningen, bezien vanuit het huidige normenkader, wellicht kil en formalistisch overkomen, waren zij in de naoorlogse jaren gebruikelijk en blijkbaar geaccepteerd. Van een onrechtmatigheid in het gemeentelijk handelen is geen sprake.
De gemeente Leeuwarden heeft in het voorjaar van 1943 één woning, Raadhuisplein 32, uit onder beheer gesteld Joods bezit aangekocht. Bij het rechtsherstel in de jaren 1948-1951 is met de bewindvoerders van de oorspronkelijke eigenaar Max Cohen en zijn nabestaanden een schikking getroffen, waarbij is overeengekomen dat de gemeente het pand kon behouden.
Onder verrekening van baten en lasten is in 1951 alsnog een marktconforme prijs voor de woning betaald.
Op het ene pand na dat zij zelf aankocht, is de gemeente Leeuwarden niet betrokken geweest bij de gedwongen vervreemding van Joodse vastgoederen.
Bron: Omroep LEO Middelsé
Tags // 1943, 1951, gemeente Leeuwarden, HCL, Historisch Centrum Leeuwarden, Historisch Centrum Leeuwarden (HCL), Joods, Joods vastgoed, Leeuwarden, omroep LEO Middelsé, Raadhuisplein, Raadhuisplein 32, Raadhuisplein 32 Leeuwarden, Raadhuisplein Leeuwarden, rapport, rapport Roof en Rechtsherstel, Roof en Rechtsherstel
Trackback from your site.
