jul
04
2021

Joost Prinsen

Author // frits_tromp1
Posted in // Ds. van Zanten

In uw boek schrijft u dat u na het moment met het tafeltje de rouw direct de volgende dag aanpakte.
Anders blijft het maar aanzieken. Mijn twee dochters zijn meteen hulp gaan zoeken voor mij, en zo heb ik bijna een halfjaar iedere week gesproken met Ellen, de rouwmevrouw. Dat was heel prettig hoor. Het idee, dat je alle ellende en treurnis die je hebt, dat je die elke donderdag van 11 tot 12 kwijt kunt bij een mevrouw die je kunt vertrouwen. Smartelijk genoeg heeft zij net haar eigen man verloren. Ik moet haar zo eens bellen, ocherm. Dan kan ze een beetje dom tegen me lullen, daar komt het toch wel op neer. Ik heb mezelf ook opgegeven voor een cursus, om hetzelfde te doen. Of ik het kan, weet ik niet. Ik ben niet zo’n luisteraar als jij. Maar ik mag mezelf wel een ervaringsdeskundige noemen. En ik heb vrij veel gezond verstand. Tel die twee dingen bij elkaar op, dan zou het mogelijk moeten zijn dat mensen wat aan me hebben.

Uw boek kan ook daarbij helpen.
Dat zou wel kunnen, maar dat is niet echt mijn bedoeling. Het boek begint met het motto: ‘Ik keek tegen mijn eigen leven aan alsof een ander het had doorgebracht’, uit een gedicht van Gerrit Achterberg. Zo was het, dat had ik een beetje: nu maak ik dit mee, ik verlies degene met wie ik vijftig jaar van mijn leven ben geweest, wat gebeurt er dan met me? Daar wilde ik zo goed mogelijk verslag van doen.

Bron: Algemeen Dagblad

Tags // , , , , , ,

Trackback from your site.

Leave a comment

You must be logged in to post a comment.