apr
29
2016

Lukas 4: 16 – 30

Author // frits_tromp1
Posted in // Ds. van Zanten

Het is een merkwaardige geschiedenis, wat de evangelist Lukas beschrijft in hoofdstuk 4 van zijn Jezus-biografie. Aan het begin van Zijn loopbaan, komt Jezus preken in de synagoge van Nazareth, zijn vaderstad. Hij krijgt de profeet Jesaja aangeboden, en leest een citaat over de Gezalfde, die het Jubeljaar of het jaar van welbehagen van de Heere te prediken.

Een jubeljaar werd in het oudtestamentische Israël ingesteld door God. Het jaar volgt op zeven sabbatsjaren, een speciaal kalenderjaar waarin land en volk tot rust werden gedwongen. Analoog aan de indeling van de week: het sabbatsjaar is het zevende of rustjaar bij de Israëlieten, het jaar dat de landerijen volgens de wet van Mozes braak moeten liggen en geen schulden geïnd mogen worden (zie Exod. 23: 11; Lev. 25: 1-7; Deut. 15: 1-9; 31: 10). Een sabbatical avant la lettre.

Het jubeljaar viel in het vijftigste jaar na elk zevende sabbatsjaar. Aan Israëlieten werd hun oorspronkelijk erfdeel teruggegeven, slaven herkregen hun vrijheid en het land moest rusten. Het jaar werd ingeluid door bazuingeschal (Lev. 25:8-55).

Wat Jezus in Lukas 4 aangeeft, is precies de juiste invulling van dit jubeljaar: het herstel van de juiste verhoudingen. De Messias gaat hier gelijk mee aan de slag: Hij geeft een degelijke onderbouwing van zijn aanwezigheid en gaat na een ‘moordaanslag’ aan de arbeid en geneest op de eerstvolgende sabbat een onreine man.

Zo is het. Het jubeljaar is begonnen. Er valt nog genoeg werk te verrichten. Maar laten we ons niet gek maken. Het is een jubeljaar: rust in het kwadraat.

Tags // , , , , , , , ,

Trackback from your site.

Leave a comment

You must be logged in to post a comment.