dec
14
2016

Mozes

Author // frits_tromp1
Posted in // Ds. van Zanten

De Bijbelse leider Mozes wordt in de christelijke traditie op één lijn gezet met Jezus Christus – met dien verstande, dat Mozes ‘slechts’ mens was en Jezus God én mens was. Desalniettemin zijn tussen beide Hebreeuwse mannen verschillende parallellen te trekken. Beiden vervullen ze de functie van middelaar tussen God en Zijn volk.
In zijn afscheidsrede hint Mozes ook al op de Verlosser, een profeet zoals hij. Althans, afhankelijk van de vertaling die je gebruikt. Eerst maar even de administratie. Het betreft de afscheidsrede, die in de Bijbel Deuteronomium heet. De ‘tweede wet’. De Hebreeuwse naam van dit boek is Devariem, afgeleid van de openingswoorden Elle ha-devariem – ‘Dit zijn de woorden’.
In hoofdstuk 18 heeft Mozes het over een Profeet – of profeten, afhankelijk van je vertaling. De degelijke Statenvertaling (1637) vertaalt de verzen 15 tot en met 20 als volgt:
“Een Profeet, uit het midden van u, uit uw broederen, als mij, zal de HEERE uw God verwekken, naar Hem zult gij horen. Naar alles wat gij van den HEERE uw God aan Horeb ten dage der verzameling geëist hebt, zeggende: Ik zal niet voortvaren te horen de stem des HEEREN mijns Gods, en ditzelfde grote vuur zal ik niet meer zien, dat ik niet sterve. Toen zeide de HEERE tot mij: Het is goed wat zij gesproken hebben. Een Profeet zal ik hun verwekken uit het midden hunner broederen, als u; en Ik zal Mijn woorden in Zijn mond geven, en Hij zal tot hen spreken alles wat Ik Hem gebieden zal. En het zal geschieden, de man die niet zal horen naar Mijn woorden, die Hij in Mijn Naam zal spreken, van dien zal Ik het zoeken.Maar de profeet die hoogmoediglijk zal handelen, sprekende een woord in Mijn Naam, hetwelk Ik hem niet geboden heb te spreken, of die spreken zal in den naam van andere goden, dezelve profeet zal sterven.”
In de Bijbel Met Uitleg, een uitgave van Uitgeverij De Banier, Apeldoorn (2015), zet bij deze verzen in de Kanttekeningen: ‘Het volk Israël had bij de berg Horeb aan de HEERE gevraagd om niet langer vanuit het vuur rechtstreeks tot hen te spreken. Ze waren bang dat ze dan zouden sterven (zie Ex. 20: 19 en Deut. 5: 25). De HEERE vond het goed wat het volk aan Hem vroeg. De HEERE had toen Mozes als profeet geroepen (vgl. Deut. 34: 10). Hij moest de woorden van de HEERE doorgeven aan het volk Israël. Daarna heeft de HEERE nog gesproken door veel andere profeten en ten slotte door Zijn Zoon (Hebr. 1: 1).
Wie niet luistert naar de woorden van Mozes of de andere profeten, moet gedood worden. Mozes sprak namelijk in Naam van de HEERE tot het volk. Dit geldt nog meer voor de Heere Jezus as de hoogste Profeet (vgl. Hand. 3: 23).
Profeten die net doen alsof (hoogmoediglijk) ze in de Naam van de HEERE tot het volk spreken, moeten worden gedood. De HEERE heeft hun namelijk niet geboden te spreken. Ook profeten die namen afgoden spreken, moeten worden gedood.’
De Studiebijbel van de Herziene Statenvertaling, die het ook heeft over ‘een Profeet’, zegt in de aantekeningen bij de genoemde verzen: ‘God belooft een lijn van profeten die namens Hem tot Israël zullen spreken (vgl. Jer. 1: 7, 9 m.b.t. de dienst van Jeremia). Dit gebeurt in het verlengde van de eerdergenoemde ambtsdragers (rechters, een koning, priesters). Mozes noemt zichzelf een ‘profeet’, het instrument waarmee God Zijn woord aan Israël communiceert (vgl. Deut. 18:19; Ex. 7:1). de heidenvolken luisteren o.a. naar waarzeggers (Deut. 18:14); Israël moet luisteren naar Gods profeten en niet vertrouwen op heidense methoden van openbaring en leiding. (…) God belooft Israël steeds profeten. In de toekomst zal er een grote Profeet komen. In de 1e eeuw n.Chr. leefden de joden in de verwachting van een laatste Profeet. De auteurs van het NT identificeerden Jezus als deze Profeet (Hand. 3:22-24, 7:37; vgl. Joh. 1:21).’
De Studiebijbel In Perspectief (SiP), die de Nieuwe Bijbelvertaling als broodtekst heeft, heeft het niet over één specifieke Profeet, maar over een beroepsgroep. In de notities bij deze verzen van Mozes, schrijft de SiP: ‘De context doet vermoeden dat God hier een reeks profeten belooft. Er zijn inderdaad juist verschillende functies voor Israël in het leven geroepen, die van rechter, koning, priester, Leviet; hier wordt dus waarschijnlijk ook een min of meer vast profetenambt bedoeld. Deze functie wordt bovendien voorgesteld als tegenhanger van de heidense praktijken die in de voorgaande verzen worden genoemd, wat het idee van een permanente functie ondersteunt. God roept hier dus het profetenambt in het leven, dat in het verlengde lijkt te liggen van Mozes’ taak, het overbrengen van Gods woord aan het volk.
Dit ambt is vergelijkbaar met een figuur die optreedt in de relatie tussen suzerein en vazal in het oude Nabije Oosten: als een vazal zijn suzerein niet trouw was, stuurde deze een geheime bode op die vazal af die een proces tegen hem aanspande. Daarin werd hij in staat van beschuldiging gestel op basis van de bepalingen in het verbondsverdrag. Vervolgens riep hij de vervloekingen over hem af die in het hoofdstuk over de sancties staan. Dat is precies wat de profeten van Israël zullen doen, en in hun geschriften wordt vaak gesproken in termen van verbondsprocessen (bv. Hos. 2:4; Micha 1:2; 6: 1).
Tegelijkertijd kan de uitdrukking ‘profeten zoals ik’ doen vermoeden dat bepaalde personen in de toekomst een bijzondere rol zullen spelen. Alles wijst erop dat men het van meet af aan zo heeft opgevat. Aan het einde van Deuteronomium merkt de auteur op dat er in Israël niet snel een profeet als Mozes is opgestaan met wie de HEER rechtstreeks sprak (Deut. 34:10). Dat wekt de suggestie dat er in Israël niet snel een profeet als Mozes werd verwacht en dat ervan uit werd gegaan dat de profeten die na Mozes zouden opstaan, die taak die in hoofdstuk 18 staat vermeld niet volledig zouden vervullen. Zo wachtten de Israëlieten in de nieuwtestamentische tijd nog steeds op de komst van die figuur, die de rol van profeet zo zou vervullen als Mozes (zie Joh. 1:21; 6:24).
In het NT neemt Jezus die rol op zich (Hand. 3:22 e.v.). Hij is de profeet die het hele vroegere profetenambt samenvat en dat op twee manieren tot voltooiing brengt: door middel van het woord, dat de definitieve openbaring van de HEER brengt (zie Hebr. 1:1-2), en door middel van zijn werk, dat de profetieën van de profeten van het oude verbond in vervulling doet gaan. Maar hij is ook de profeet als Mozes op een unieke wijze, en zelfs meer dan Mozes, omdat hij de middelaar is van een nieuw verbond (Hebr. 3:1-6).’
Enfin.
Een profeet, profeten of het profetenambt? De diverse vertalingen laten alle opties open. Het doet er ook niet zoveel toe, zou je haast zeggen. Immers, in christocentrisch perspectief focust alles op die Ene. Of het nu om Mozes, zijn collega’s of zijn ambt gaat.
Het hangt dus niet van onszelf af.

Tags // , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Trackback from your site.

Leave a comment

You must be logged in to post a comment.