jul
18
2013

Bijbelstudie Johannes 1

De proloog van het Johannes-evangelie is een veelzeggend en hoopvol begin. Johannes grijpt terug op een aantal herkenbare thema’s van het joodse geloof. Dat begint gelijk al aan het begin: ‘In het begin [in den beginne]’. Johannes laat dit zien: in Jezus spreekt God opnieuw Zijn scheppend Woord, dat er licht en leven moet zijn in de wereld. Rond licht en leven draaien ook de scheppingsdagen uit Genesis.

Gods Woord is de bron van leven. Jezus wordt door Johannes als de personificatie van dat scheppende Woord neergezet. Verderop in het evangelie toont Johannes aan dat Jezus inderdaad de bron van het leven is. Jezus zegt zeven keer ‘Ik ben…’, aangevuld met ‘het levende water’, ‘het brood des levens’, ‘de goede herder’, ‘De weg, de waarheid en het leven’, ‘de ware wijnstok’.

Dat thema ‘Ik ben’ is opnieuw een herkenbaar joods motief. Het slaat terug op de naam JHWH à zo heeft God zich bekend gemaakt aan Mozes bij de brandende braamstruik. JHWH: Ik Ben, Ik-Zal-Er-Zijn. Geruststellende woorden, een naam die zekerheid geeft. Ik ben er bij, Ik was, ben en zal zijn. Ik ben onveranderlijk, Ik blijf altijd dezelfde. Ongeacht wat er gebeurt.

Een ander thema uit de proloog is ‘onder ons gewoond’. Een verwijzing naar de tabernakel en de tempel, fysieke woonplekken van God. Door de aanwezigheid van de enige zoon van God, die zich als tempel manifesteerde, hebben gelovigen nu rechtstreeks toegang tot de grootheid van God.

Johannes gebruikt in zijn evangelie nog een ander thema: de liefde. Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden, zei Jezus bij Zijn afscheidsrede bij het laatste avondmaal. Jezus is de bron van die liefde, evenals de bron van leven en van waarheid.

Veelzeggend is dan ook het verhoor van Pilatus, opgetekend door Johannes (zie: Johannes 18: 33 – 38).  Maar wat is waarheid, vraagt Pilatus aan Jezus. Maar de waarheid zelf zwijgt. Zijn verdediging is ten einde. Ten koste van de misdadige Barabbas wordt de rechtvaardige, in wie geen schuld werd gevonden, ter dood veroordeeld.

De zondaar leeft dankzij het bloed van Jezus. Ik ben niet gekomen om de wereld te veroordelen, maar om te redden. God heeft Zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door Hem te redden (Joh. 3: 17).

Dat God te vertrouwen is, blijkt uiteraard ook na Jezus’ opstanding. In het gesprek met Petrus op het strand –na de wonderlijke visvangst- haalt Jezus het bekende beeld van de herder aan. De Schepper stelt de rots aan als schaapherder. De Weg laat zien hoe de herder tot zijn einde zal komen. maar Jezus laat dat niet zomaar gebeuren. Zijn laatste opdracht aan Petrus is: ‘Volg Mij’.

Want je kunt God vertrouwen op Zijn Woord. Volg Mij, vertrouw de Goede Herder.

Johannes besluit zijn evangelie met de melding dat dit getuigenis betrouwbaar is. En dat Jezus nog veel meer heeft gedaan dan is opgeschreven. De Eeuwige laat niet los wat Zijn hand ooit begon. De Schepper gaat door, het Woord gaat nooit verloren.

Johannes heeft een open einde: als al Jezus’ daden een voor een opgeschreven zouden worden, zou de wereld te klein zijn voor de boeken die dan geschreven moesten worden. Weer dat woord 😉

Maar laten wij ons niet weerhouden om in Beerze te blijven vertellen over de grote daden van God.

jul
18
2013

De Kuip

We kunnen er niet om heen: er is onenigheid over de nieuwe Kuip. In Rotterdam moet een alternatief komen voor het voetbalstadion. Want het oude heeft zijn langste tijd gehad. Maar zoals altijd, gaat met vernieuwingen veel gepaard.

Emoties komen boven. Als de Kuip zich tegen je keert, berg je dan maar. Voetbal. Maar natuurlijk ook cultuur (is voetbal geen cultuur?!). Bob Dylan was de eerste muzikant die het Feyenoord Stadion als concertzaal gebruikte.

Ruim een jaar geleden maakte ik een blog over De Kuip. Vanwege het 75-jarig bestaan. Over Dylan, Springsteen en Doe Maar De Kuip. Niet wetende dat het stadion van voetbalclub Feyenoord het eeuwfeest niet zou halen.

Ik snap de emotie wel. Maar ik denk dat het onvermijdelijk is. De nieuwe Kuip zal er wel komen. Is het niet linksom, dan wel rechtsom. En waarom? Omdat we vooruit moeten. Zo hebben we dat in de westerse wereld met elkaar afgesproken.

De vooruitgang moet door.

Hopelijk is de overgang naar de nieuwe Kuip gelijkmatiger dan het eerste plan. En hopelijk zullen de verhalen over De Kuip blijven.

jul
16
2013

Bob Dylan’s nieuwe zelfportret

In augustus is het zover: dan verschijnt eindelijk deel tien van Dylan’s meesterlijke Bootleg Series. Ditmaal is het de beurt aan outtakes van zijn periode van Self Portrait en New Morning. ‘Another Self Portrait’ heet deze aflevering van de Bootlegs.

Ik kan er veel over schrijven op dit blog. Dat ik watertand bij de setlist. Dat de adrenaline door mijn lijf giert bij de gedachte aan de liedjes. Allemaal vanwege twee zaken. Het eerste is de komst van de bard naar Nederland, 30 oktober. Het andere is de elpee-singel Wigwam/ Thirsty Boots, dat uitkwam op Record Store Day 2013.

Maar ik zeg er niets over. Ik verwijs enkel naar twee blogs. De ene is van Classic Rock Mag, waar ik een nieuwsartikel op plaatste over Another Self Portrait. Het andere is het blog van Tom Willems, die uitgebreid een voorbericht heeft geplaatst.

Was het maar eind augustus.

jul
15
2013

Een van u is de Messias

In een abdij die moeilijke tijden doormaakte, woonden nog slechts vijf monniken, allen boven de 70; de zaak stond op uitsterven. In zijn nood besloot de abt raad in te winnen van een naburige rabbi. Wellicht kon hij hem adviseren zodat de abdij gered kon worden. De rabbi verwelkomde de abt hartelijk, maar toen deze hem het doel van zijn bezoek had uitgelegd zei de hij: “Ik weet hoe dat is. De Geest is uit de mensen verdwenen. Hier in de stad is het hetzelfde liedje. Er komt haast geen mens meer naar de synagoge.”

En de oude abt en de oude rabbi weenden tezamen. Daarna lazen zij enige paragrafen uit de Tora en spraken zachtjes over diepe dingen. Maar toen de tijd kwam voor de abt om afscheid te nemen herhaalde hij nog eens zijn vraag: “Is er dan werkelijk niets dat u mij zou kunnen zeggen, dat mijn stervende klooster kan redden?” “Nee, het spijt me,” antwoordde de rabbi, “alleen dit misschien: Eén van u is de Messias!”

In de dagen, weken, maanden die hierop volgden, dachten de monniken hierover na en vroegen zich af of de woorden van de rabbi een zin konden hebben. Voor ieder van hen viel wel wat te zeggen als mogelijke Messias, maar echt overtuigend was eigenlijk niemand. En de rabbi kan zeker mij niet hebben bedoeld, ik ben tenslotte maar een doodgewoon mens. Maar stel je voor dat hij toch mij bedoelt? Stel dat ik de Messias ben? O God, alstublieft niet ik! Ik kan toch onmogelijk zoveel waard zijn in uw ogen, of toch?

En terwijl zij zo nadachten begonnen de monniken als vanzelf elkaar met buitengewoon respect te behandelen, voor het geval de ander de Messias zou zijn. En met het oog op die minieme kans dat elk van de monniken zelf de Messias zou kunnen zijn, begonnen ze zichzelf met bijzondere hooghachting te behandelen. En de mensen die kwamen om te genieten van de schoonheid van de abdijkerk en gebouwen, voelden de uitstraling van buitengewoon respect die de vijf monniken begon te omgeven. De sfeer van heel de abdij was ermee vervuld, en het was geen wonder dat er jongeren kwamen om zich bij hen aan te sluiten.

 

Uit: Wil Kamminga, Een zee van leven.

 

Bron: Rick Timmermans

jul
14
2013

Broeder Dieleman – Duuzend Veugels

Wie benieuwd is naar mijn ontdekking van 2013: Broeder Dieleman, zonder meer. En waarom? Misschien kan ik dat het beste laten zien met een filmpje. Duuzend Veugels heet dit lied. Rond de bocht ligt er genade. Daarom.

Broeder Dieleman – Duuzend veugels

jul
14
2013

Rumah Saya

Vorige week schreef ik over mijn zwervende bestaan. Ik had het onder meer over het liedje Engjelushe van Stef Bos. Altijd maar onderweg, naar een nieuwe bestemming. Overal thuis, dus altijd een vreemde. Een verloren bestaan, zou je kunnen zeggen.

Een vergelijkbaar thema zit in het lied Rumah Saya van Doe Maar. Geschreven door Ernst Jansz, een Indo. Zelf geboren in Nederland, maar zich niet thuis voelend in het kale land. Verlangend naar het land van zijn vader. Maar ook daar als een vreemde worden aangekeken.

Zwevend tussen het moederland en het vaderland.

Ik zal niet zeggen dat Rumah Saya 1-op-1 op mij van toepassing is. Maar in literaire zin is het een mooi thema.

Doe Maar – Rumah Saja

jul
13
2013

Radio Nowhere

Vanmiddag was ik in Menaam, bij Radio Eenhoorn. Ik was daar met een missie. Over die missie misschien tijdens een ander moment. Zonder missie kom je niet zomaar in Menaam, zeker niet bij de zendmast van de omroep.

Radio Eenhoorn.

De uitzendingen worden verzorgd vanaf een voormalige boerderij net buiten het dorp Menaam. Dat dorp is onderdeel van de gemeente Menaldum. Een buurgemeente van de gemeente Leeuwarden. En met het weer van vandaag was het een prachtige dag om naar Menaam te fietsen.

Dus stapte ik op de fiets. Via Westeinde fietste ik in westelijke richting naar Menaam. Onderweg kwam ik een monumentje tegen voor een bermongeluk. Waarbij een aan jonge man is overleden. Zo gaat dat hier. Twee jongens in een auto, subwoover in de wagen, auto tegen boom. Het kan een tafereel van Daniël Lohues zijn.

Maar we zijn in Leeuwarden.

Even verderop fiets ik door Marssum. Een dorp met een kasteel, het Poptaslot. En een keukencentrum. Voor al uw keukens.

In Marssum valt niet veel te beleven, merk ik als ik dwars door het dorpje fiets. Ons kent ons. Geen visboer of een markt. Niet waar ik langs kom. Wel een kasteel. Maar dat had ik al verteld. En een kaatsveld.

Kaatsen is populair in Fryslân. Een onbegrijpelijke sport, net als cricket. Friezen en Engelsen begrijpen elkaar wel. Soms. Totdat ze het over de taal gaan hebben. Dan spelen de Friezen het hoog op. Daar kan geen Engelssprekende iets negatiefs over zeggen.

Moeten ze ook niet doen. Het Fries en het Engels  zijn neventalen. Dat had die Bonifatius goed gemerkt. Hij kon het evangelie in eigen taal in de Nederlandse provincie vertellen. Had hij het maar bij de blijde boodschap gehouden.

Awel.

Even verderop kom ik vlakbij Menaam. En bij Radio Eenhoorn moet ik zijn. Om de ingang van de studio te komen, moet ik wel om een terrein van de boerderij heen. Een goed gesprek volgde.

Uitkijkend over de Friese weilanden. Ook dat had het landschap van Lohues kunnen zijn geweest. De uitgestrekte velden. Met hier en daar een vlekje bomen. En een boerderij. Veel gras. Heel veel gras. En koeien, die het gras wegvreten. Een aantal tractors met grasmaaiers.

Voor wie een stad gewend is, lijkt het alsof Menaam tussen nergens en nergens is. En dat je daar dan middenin zit. In the middle of nowhere, dus. Wat dat betreft, was de soundtrack van vandaag Radio Nowhere van Bruce Springsteen.

Maar nee, zoveel poespas was er niet in Menaam.

Nee, Friezen blijven gewoon.

Moet je wel van hun taal afblijven. En van hun landerijen.

Ik had de banden vol met wind. Nee, ik heb ja niets te klagen.

jul
12
2013

Mussen

Mag ik eerlijk zijn? Ja, ik mag eerlijk zijn. Ik ben blij dat de tweede helft van de week wat koeler is verlopen dan de eerste dagen. Want de Hollandse hitte gaat me wel ver. Niet dat ik mij stoor aan het geklaag, waar wij Nederlanders om bekend staan.

Als er iets is dat wij goed kunnen, is het wel klagen over het weer. Het is nooit goed. Hollen of stilstaan, dat is het commentaar op het Nederlandse klimaat. Of het is ijskoud, of we hebben een hittegolf. Het kan natuurlijk slechter, dat heeft de lente van 2013 wel bewezen.

Die lente was natuurlijk van alles niets. Een paar keer een winterperiode. Nauwelijks zon. Vrijwel geen regen. Het wilde maar niet warm worden. En toen het eindelijk warm was, werd het direct van dat broeierige weer. Waarbij het zweet onder je oksels klotst als je twee keer je handen wast.

Nee, dat geklaag is mij vreemd. Want het weer heb je niet in de hand. Over zeuren heeft dus geen enkele zin. Behalve dan misschien een sociaal aspect: je hebt een gespreksonderwerp. Aan de andere kant: als je het gespreksonderwerp van het weer moet laten afhangen, kun je je ook afvragen hoe goed je relatie is met die ander.

Awel.

Ik had het erover dat ik blij ben dat het weer wat koeler is. Puur uit praktische overwegingen. Ik zweet namelijk nog al vlot, en dan is een warme broeierige dag niet prettig. En het is natuurlijk zielig als je ziet dat de mussen van het dak vallen.

Mussen.

Een bekende mus is Edith Piaf. Haar artiestennaam betekent ‘mus’. Omdat ze fladderde tussen microfoon en accordeon. Generaties zijn opgegroeid met de Franse zangeres. Ik ken Piaf eigenlijk alleen in de vertolking van Liesbeth List. Een jaar over vier geleden zag ik de gelijknamige musical in Emmen. Met List als Piaf.

In het Engels i een mus een ‘sparrow’. Johnny Depp speelt Jack Sparrow – Jaap Mus – in de filmreeks Pirates of the Caribbean. Een piratenboef uit lang vervlogen dagen. Net als de Franse Edith bestaat ook Jack niet meer.

Ook de Nederlandse Mus is niet meer. Conny. Bjina drie jaar geleden ontviel de RTL-journalist ons. Jarenlang was hij correspondent in Jeruzalem. Nooit kapotgeschoten. Maar bij terugkeer in Nederland stierf Conny. Tijdens een vakantie kreeg hij een hartaanval. De operaties mochten niet baten, in de nazomer verruilde hij het tijdelijke voor het eeuwige.

Bob Dylan zingt in een van zijn semi-gospels ook over mussen. I am hanging in the balance of the reality of man / Like every sparrow falling, like every grain of sand.

Elke mus is geteld. Net als elke korrel zand. Een hoopvolle gedachte. Kijk naar de gevogelte des hemels. Zijn wij mensen niet veel meer waard dan een eenvoudige mus? En zelfs die mus is door de Hemelse Vader geteld. Net als elke korrel zand. Zijn wonderen zijn te talrijk, als ik ze wil tellen, zie ik steeds meer.

En dat allemaal in Nederland.

Nee, ik klaag niet over het weer.

jul
11
2013

Trijntje Oosterhuis – Ken je mij?

Ken je mij? Wie ken je dan?
Weet jij mij beter dan ik?
Ken je mij? Wie ben ik dan?
Weet jij mij beter dan ik?

Ogen die door de zon heen kijken
Zoekend naar de plek waar ik woon
Ben jij beeldspraak voor iemand
die aardig is, of onmetelijk ver,
die niet staat en niet valt
en niet voelt als ik,
niet koud en hooghartig

Ken je mij? Wie ken je dan?
Weet jij mij beter dan ik?
Ken je mij? Wie ben ik dan?
Weet jij mij beter dan ik?

Hier is de plek waar ik woon
Een stoel op het water,
Een raam waarlangs het opklarend weer
Of het vallende duister voorbij vaart
Heb je geroepen? Hier ben ik

Ken je mij? Wie ken je dan?
Weet jij mij beter dan ik?
Ken je mij? Wie ben ik dan?
Weet jij mij beter dan ik?

Ik zou een woord willen spreken
Dat waar en van mij is
Dat draagt wie ik ben,
dat het houdt,
Ik zou een woord willen spreken
Dat rechtop staat als mens die mij aankijkt en zegt
Ik ben jouw zuiverste zelf,
Vrees niet, versta mij, ik ben, ik ben

Ken je mij? Wie ken je dan?
Weet jij mij beter dan ik?
Ken je mij? Wie ben ik dan?
Weet jij mij beter dan ik?

Ben jij de enige voor wiens ogen
Niet is verborgen van mijn naaktheid
Kan jij het hebben,
Als niemand anders,
Dat ik geen licht geef, niet warm ben,
Dat ik niet mooi ben, niet veel
Dat geen bron ontspringt
in mijn diepte
Dat ik alleen dit gezicht heb,
geen ander.
Ben ik door jou, zonder schaamte,
gezien, genomen,
door niemand minder?
Zou dat niet veel teveel waar zijn?
Zou dat niet veel teveel waar zijn?

Vertaling/bewerking van psalm 139

© Huub Oosterhuis, 2010

jul
10
2013

Beweging kan ook achteruitgang wezen

Vanavond keek ik naar het journaal. Eén van de eerste onderwerpen was de revolutie in Egypte. Voor de tweede keer in twee jaar tijd werd een president afgezet. Door een volksopstand. Anders dan bij het eerste protest, ging het bij het tweede protest om een democratisch gekozen president.