jul
12
2013

Mussen

Mag ik eerlijk zijn? Ja, ik mag eerlijk zijn. Ik ben blij dat de tweede helft van de week wat koeler is verlopen dan de eerste dagen. Want de Hollandse hitte gaat me wel ver. Niet dat ik mij stoor aan het geklaag, waar wij Nederlanders om bekend staan.

Als er iets is dat wij goed kunnen, is het wel klagen over het weer. Het is nooit goed. Hollen of stilstaan, dat is het commentaar op het Nederlandse klimaat. Of het is ijskoud, of we hebben een hittegolf. Het kan natuurlijk slechter, dat heeft de lente van 2013 wel bewezen.

Die lente was natuurlijk van alles niets. Een paar keer een winterperiode. Nauwelijks zon. Vrijwel geen regen. Het wilde maar niet warm worden. En toen het eindelijk warm was, werd het direct van dat broeierige weer. Waarbij het zweet onder je oksels klotst als je twee keer je handen wast.

Nee, dat geklaag is mij vreemd. Want het weer heb je niet in de hand. Over zeuren heeft dus geen enkele zin. Behalve dan misschien een sociaal aspect: je hebt een gespreksonderwerp. Aan de andere kant: als je het gespreksonderwerp van het weer moet laten afhangen, kun je je ook afvragen hoe goed je relatie is met die ander.

Awel.

Ik had het erover dat ik blij ben dat het weer wat koeler is. Puur uit praktische overwegingen. Ik zweet namelijk nog al vlot, en dan is een warme broeierige dag niet prettig. En het is natuurlijk zielig als je ziet dat de mussen van het dak vallen.

Mussen.

Een bekende mus is Edith Piaf. Haar artiestennaam betekent ‘mus’. Omdat ze fladderde tussen microfoon en accordeon. Generaties zijn opgegroeid met de Franse zangeres. Ik ken Piaf eigenlijk alleen in de vertolking van Liesbeth List. Een jaar over vier geleden zag ik de gelijknamige musical in Emmen. Met List als Piaf.

In het Engels i een mus een ‘sparrow’. Johnny Depp speelt Jack Sparrow – Jaap Mus – in de filmreeks Pirates of the Caribbean. Een piratenboef uit lang vervlogen dagen. Net als de Franse Edith bestaat ook Jack niet meer.

Ook de Nederlandse Mus is niet meer. Conny. Bjina drie jaar geleden ontviel de RTL-journalist ons. Jarenlang was hij correspondent in Jeruzalem. Nooit kapotgeschoten. Maar bij terugkeer in Nederland stierf Conny. Tijdens een vakantie kreeg hij een hartaanval. De operaties mochten niet baten, in de nazomer verruilde hij het tijdelijke voor het eeuwige.

Bob Dylan zingt in een van zijn semi-gospels ook over mussen. I am hanging in the balance of the reality of man / Like every sparrow falling, like every grain of sand.

Elke mus is geteld. Net als elke korrel zand. Een hoopvolle gedachte. Kijk naar de gevogelte des hemels. Zijn wij mensen niet veel meer waard dan een eenvoudige mus? En zelfs die mus is door de Hemelse Vader geteld. Net als elke korrel zand. Zijn wonderen zijn te talrijk, als ik ze wil tellen, zie ik steeds meer.

En dat allemaal in Nederland.

Nee, ik klaag niet over het weer.

jul
11
2013

Trijntje Oosterhuis – Ken je mij?

Ken je mij? Wie ken je dan?
Weet jij mij beter dan ik?
Ken je mij? Wie ben ik dan?
Weet jij mij beter dan ik?

Ogen die door de zon heen kijken
Zoekend naar de plek waar ik woon
Ben jij beeldspraak voor iemand
die aardig is, of onmetelijk ver,
die niet staat en niet valt
en niet voelt als ik,
niet koud en hooghartig

Ken je mij? Wie ken je dan?
Weet jij mij beter dan ik?
Ken je mij? Wie ben ik dan?
Weet jij mij beter dan ik?

Hier is de plek waar ik woon
Een stoel op het water,
Een raam waarlangs het opklarend weer
Of het vallende duister voorbij vaart
Heb je geroepen? Hier ben ik

Ken je mij? Wie ken je dan?
Weet jij mij beter dan ik?
Ken je mij? Wie ben ik dan?
Weet jij mij beter dan ik?

Ik zou een woord willen spreken
Dat waar en van mij is
Dat draagt wie ik ben,
dat het houdt,
Ik zou een woord willen spreken
Dat rechtop staat als mens die mij aankijkt en zegt
Ik ben jouw zuiverste zelf,
Vrees niet, versta mij, ik ben, ik ben

Ken je mij? Wie ken je dan?
Weet jij mij beter dan ik?
Ken je mij? Wie ben ik dan?
Weet jij mij beter dan ik?

Ben jij de enige voor wiens ogen
Niet is verborgen van mijn naaktheid
Kan jij het hebben,
Als niemand anders,
Dat ik geen licht geef, niet warm ben,
Dat ik niet mooi ben, niet veel
Dat geen bron ontspringt
in mijn diepte
Dat ik alleen dit gezicht heb,
geen ander.
Ben ik door jou, zonder schaamte,
gezien, genomen,
door niemand minder?
Zou dat niet veel teveel waar zijn?
Zou dat niet veel teveel waar zijn?

Vertaling/bewerking van psalm 139

© Huub Oosterhuis, 2010

jul
10
2013

Beweging kan ook achteruitgang wezen

Vanavond keek ik naar het journaal. Eén van de eerste onderwerpen was de revolutie in Egypte. Voor de tweede keer in twee jaar tijd werd een president afgezet. Door een volksopstand. Anders dan bij het eerste protest, ging het bij het tweede protest om een democratisch gekozen president.

jul
09
2013

Verloren te leven

Omdat ik geen eigen gemeente heb, reis ik nog veel door het land. Maar ik kom altijd weer thuis. In Leeuwarden. Want de Friese hoofdstad is mijn uitvalbasis. Voor al mijn activiteiten. Het is prettig om ondanks het vele gereis een eigen stek te hebben.

Vossen hebben holen, de vogels hebben nesten. De Zoon des Mensen heeft geen plek om Zijn hoofd te rusten. Hoewel Hij woonde in Kapernaüm. En was opgegroeid in Nazareth in Galilea. Toch was Hij altijd opgejaagd.

Zo ben ik dus niet. Wel altijd onderweg – en in die zin lijk ik wel wat op mijn Werkgever. Met dit verschil dus, dat ik wel ’s avonds mijn hoofd te ruste leg. Op mijn eigen bed nog wel.

Omdat ik veel uit van huis ben, ben ik ook niet getrouwd. Niet omdat ik dat niet zou willen. Of omdat ik dat onverenigbaar met mijn functie als voorganger. Maar puur uit een praktisch motief: ik heb er weinig tijd voor. Of ik neem er weinig tijd voor. Zoiets kan natuurlijk ook.

Van de week vroeg iemand naar mijn huwelijkse staat. Er zijn toch genoeg meisjes vrouwen die als een hulp bij u passen, dominee? Terwijl ik die vraag hoorde, moest ik denken aan een liedje van Stef Bos, die zanger uit ‘het gereformeerde Veenendaal’.

In het lied Engjellushe bezingt Bos twee meisjes die hem aankijken. Bos schreef het liedje in een land uit –ik geloof- het voormalige Joegoslavië. Engjellushe en Marinella. In het eerste couplet introduceert Bos ze als volgt:

 

Ze zijn overal thuis

Dus altijd een vreemde

En ik weet wat het is

Om verloren te leven

Twee kleine meisjes

Kijken mij aan

Ze zitten daar samen

En ik zing hun naam 

 

Ik weet wat het is om verloren te leven. Ik leid geen verloren bestaan. Zo is het niet met mij gesteld. Maar ik snap wel wat Bos hiermee bedoelt. Altijd op weg, altijd maar aanpassen aan het nieuwe. En daarmee niet jezelf kunnen zijn, zodat je altijd een vreemde bent.

Zo voelde ik mij toen ik de vraag kreeg over mijn (toekomstige) huwelijksleven. Ik leef wat verloren tussen hier, nu, daar, toen, altijd, overal, onderweg, thuis.

Onrust.

Misschien dat die onrust wel weggaat als ik een vrouw aan mijn zijde heb. Maar daarvoor moet ik eerst in een diepe slaap komen. En het moet me een rib uit mijn lijf kosten. Hopelijk ben ik daar spoedig aan toe.

jul
09
2013

Franeker

Ik was weer eens in Franeker. In het Friese Elfstedenstadje heb ik een aantal herinneringen liggen. Niet alleen het optreden van Bob Geldof. De Ierse mensenrechtenactivist trad twee jaar geleden op in de voormalige universiteitsstad. Maar in dezelfde stad woonde ooit een vriendin van mij. Zodoende had ik vaak een missie in Franeker.

Dit keer was ik niet op weg naar Geldof. Of naar mijn vriendin. Dit keer was ik er voor volstrekt journalistieke redenen.

Ondanks mijn herinneringen, leek het niet alsof ik thuis kwam in Franeker. Ik had dat ook niet verwacht, maar de eerste hernieuwde kennismaking met de stad was weinig veelbelovend. De Franekers keken me aan alsof ze vuur zagen branden.

Franekers houden niet van ongeschoren schrijvers op roze nep-Cloxx.

In Franeker zijn afwijkende personen niet zo heel erg welkom. Eise Eisinga werd uit de kerk verbannen, toen hij een afwijkende gedachte had over de stand van de zon en de aarde. Een ketters idee dat de zon het middelpunt was in plaats van de aarde.

Nu wordt het planetarium van Eisinga geroemd tot in de verste streken van de wereld. Nog steeds draait zijn zonnestelsel binnenshuis.

Behalve het Planetarium is in Franeker nog een gedeelte dat veel met de zon te maken heeft. Op het plein naast de kerk en het voormalige weeshuis ligt een rond plakkaat. De zon als klok. Je kunt bij de desbetreffende maand staan waarin je leeft, en dan zie je hoe laat het is.

Je moet wel tijdens de zomertijd-maanden een uur optellen.

De zon leert ons veel, maar onze economie draait zijn eigen uren.

Even verderop is een Chinees Indisch Restaurant. Gouden Kom. Is dat een naam of niet, voor een Aziatische toko?

Je ziet het zo voor je. Sta je in de hal te wachten op je bestelde nummers, sta je je tijd te verdoen met het kijken naar de Gouden Kom. Zonder meer de inspiratie voor je maaltijd. Je wilt niet weten waar je bami goreng van is gemaakt.

In Franeker heb je ook het Kaatsveld van de PC. Het Sjukelân. Dé hoofdstad van de kaatswereld. Vanwege zijn ontwerp wordt het Sjukelân ook wel het Wembley van Franeker genoemd. Ondanks het verliezen van de eigen universiteit, heeft Franeker wel altijd ambities gehouden.

En dat is het stadsbestuur te prijzen.

Hadden meer steden maar zulke ambities.

En toch, de stad Franeker heeft dorpse streken. Gemoedelijk. Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg. Al die grootse zaken, zoals de Elfstedentocht, het Planetarium en het Sjukelân, die zijn eenmaal gegroeid. Door de geschiedenis. En daar doe je niets tegen.

Zoiets moet je ook niet willen.

Maar wie ongeschoren, met een korte broek en op roze Cloxx de stad binnenkomt, wordt met vreemde ogen aangekeken. Zoiets is niet des Franekers. Zo gedraag je je niet als je geboren en getogen bent in deze stad.

Ik ben dan ook niet in deze stad geboren en getogen.

jul
08
2013

De Veenhoop

Vanochtend was ik in De Veenhoop. Ik had een interview aan de Kanaeldyk. Ik wist niet dat dit gehucht bestond. Totdat ik er dus heen moest. Voor de FrieslandPost. Het interview verschijnt in oktober in het magazine. Dat duurt nog wel even.

De reis naar De Veenhoop duurde ook nog wel even. Als ik met het openbaar vervoer zou gaan. De onvolprezen website 9292.nl leerde me dat de reis naar De Veenhoop mij anderhalf uur zou duren. Vanaf het station van Leeuwarden.

Dit zou mijn reis moeten worden. Eerst met de bus naar Drachten. Dat was al veertig minuten. Vervolgens met de belbus vanaf het Knobeldorffsplein naar bushalte De Veenhoop. Uiteraard is die bushalte in De Veenhoop. Maar dan was ik er nog niet.

Nadat ik was afgezet in het immer pittoreske  gehucht, moest ik een half uur lopen. En dan was ik op de plek van bestemming.

Dat heb ik dus maar niet gedaan. Wat mij vooral tegenstond, was de combinatie van de belbus en het half uur lopen. Daar had ik weinig trek in. Zeker met dit weer. En dus trok ik met de auto naar De Veenhoop.

Zoals gezegd had ik in dit gehucht een interview. Over shiitake. Dat is een paddenstoel. En je spreekt het uit als sjie-taake. Een Aziatische paddenstoel. Het feit dat ik in De Veenhoop was, betekende twee vliegen met één klap.

Zwei fliegen mit einer kläppe.

De Veenhoop kenmerkt zich door het typerende Friese landschap. Veel platteland. Weilanden. Met daartussen kanaaltjes. Drainage-stromen. Plukjes bomen. Met her en der een boerderij. Het is een gebied waar meer bomen staan dan boerderijen.

Ik was een man met een missie. Op weg naar de shiitake-boer. Een leuk verhaal. Ik heb de paddenstoel geproefd. Het smaakte me naar radijs. Een bijzondere ervaring.

Dat heb ik dus gedaan in De Veenhoop.

Wat houd ik van Fryslân.

jul
07
2013

De torenklokken slaan…

Toen ik vanmorgen uit de kerk kwam, hoorde ik de kerkklokken van de Bonifatiuskerk slaan. De katholieke gelovigen werden opgeroepen naar de mis te gaan. Ik hoor de kerkklokken vaker. Niet vreemd, uiteraard. Want ik woon praktisch onder de Boni.

Terwijl ik de klokken hoorde slaan, dacht ik aan een liedje van Ernst Jansz. Hij zingt in ‘Een ogenblik in de wind’: “Als boven het vlakke land / de torenklokken slaan / in het oosten woedt er brand / alle doden tellen wij / hoe moet ik dan bestaan”.

Friesland als het vlakke land. Waar de torenklokken slaan. Terwijl in het oosten brand woedt. En wij alle doden tellen. Dit is geen poëzie meer. Dit is de harde werkelijkheid. Zo gaan wij moderne mensen met elkaar om.

In de kerk waar ik vanmorgen was, is gebeden voor Egypte. Het land van revolutie. In het Midden-Oosten. Waar sinds jaar en dag onrust heerst. In Egypte volgt revolutie op revolutie. De Egyptenaren zijn op weg naar een stabiele democratie. Maar die weg is nog lang. Zolang de rust elders is, volgen de doden elkaar op.

En wij tellen de doden. Hangen daar een waarde aan. De waarde van het nieuws. Hoe hoger het dodenaantal, hoe heftiger de revolutie, hoe belangrijker het is voor het Westen. Hetzelfde geldt voor Syrië, het land waar al ruim twee jaar een burgeroorlog woedt. Een status quo van de Arabische Lente. Pas wanneer wij de doden kunnen tellen, heeft de revolutie relevantie.

Idem voor de andere Arabische landen, waar in de afgelopen jaren een revolutie heeft gewoed. Als de omwentelingen formeel gezien zijn geregeld, heeft het voor ons westerlingen afgedaan. Maar hoe moeten wij bestaan met de wetenschap van de grote aantallen doden?

Ik citeerde de regels van Jansz in een verhaal dat ik schreef over de Dodenherdenking van dit jaar. De Dodenherdenking volgde ik bij het Joods Monument in Leeuwarden. Naast de Grote of Jacobijnerkerk. Waar de kerkklokken sloegen. En waar wij terugdachten aan de 500 Leeuwarder Joden, die tijdens de Holocaust zijn vermoord.

Waar de westenwind woont / en de bakens staan.

Alle doden tellen wij. Maar we leren er niets van. We zeggen bij elke massamoord: “Dit nooit meer.” Nee. Maar we doen het wel. Zolang het maar niet in onze eigen achtertuin gebeurt. Dan keuren wij het af, maar laten het voortwoekeren.

Wij zijn niet verantwoordelijk voor de staatsinrichting in het oosten. We ondersteunen wel de activiteiten die een land dwingen om een westers staatsmodel in te voeren. Maar ondertussen wassen wij onze handen in onschuld.

Hoe kan ik dan bestaan?

Ik weet het niet. Al deze ontwikkelingen stemmen me droef. Ik weet niet waar het allemaal eindigt. Ik weet zelfs niet of de immer durende revolte überhaupt eindigt. De kans is erg groot dat we altijd zullen doorgaan met het voeren van oorlogen. We horen van geruchten van oorlogen. Volken zullen opstaan. Gezinnen uiteen gereten.

Tot het moment dat er wordt ingegrepen.

Maar dat gebeurt dan wel van hogerhand.

jul
06
2013

Egypte

Egypte is een ‘dynamisch land’, heet dat dan. Een land in ontwikkeling. Maar ik weet niet of ik deze ontwikkeling zo dik onderstreep. Van oudsher heeft Egypte een negatieve klank, zeker bij joden en christenen. Het Egypteland staat gelijk aan de slavernij. Volgens mijn vrijzinnige collega’s is Egypte het symbool van slavernij, maar is van een historische onderdrukking geen of nauwelijks sprake.

Dat is op voor dit verhaal ook niet heel relevant, of de slavernij van de joden in Egypte daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Ik geloof van wel. Daarmee behoor ik misschien tot een steeds kleinere minderheid. Maar waarom zou de minderheid geen gelijk kunnen hebben?

In elk geval is de naam van Egypte in theologische zin verbonden met onderdrukking. De farao, de oude koning van het land van de Nijl, en de piramides. Symbolen van vroeger, van vervlogen tijden. Wat toen was, geldt nu allang niet meer.

Toch?

Ik weet het niet. Natuurlijk is het goed dat een dictator het veld moet ruimen. Een leider mag nooit boven het volk staan. Het volk mag nooit doodsbang zijn voor de leider. Dat was voor Mubarak een harde les. De Arabische Lente kostte hem zijn politieke kop.

Maar wat je ook van die dekselse Hosni mag vinden, hij bracht wel een redelijke stabiliteit in het Midden-Oosten. De relatie met Israël was gespannen, maar de kans op oorlog tussen deze twee landen was minimaal.

Nadat de demonstranten aanhielden en daardoor wonnen, brak het land uit in chaos. Het machtsvacuüm is nooit helemaal goed gevuld. De eerste democratisch gekozen president, Morsi, moest begin deze maand ook zijn koffers pakken. Spreekwoordelijk dan, want de man staat onder huisarrest.

Wat er nu gaat gebeuren, is niet duidelijk. Van een routekaart naar stabiliteit is niets te vinden. En dat vind ik jammer. Misschien varen de Egyptenaren wel bij duidelijkheid en structuur. Die duidelijkheid en structuur valt op dit moment lastig te combineren met een jonge democratie.

Zo is vandaag een priester vermoord. Een koptische priester. Misschien omdat de koptische paus de coup tegen Morsi steunde. Morsi was een Moslimbroeder, en de moord op de priester komt uit de Moslimbroederschap.

Moraal van het verhaal?

Maranatha!

jul
06
2013

Zaterdag

Het klinkt misschien behoorlijk burgerlijk. Maar wat is het een heerlijke zaterdag vandaag. Zo’n dag dat niets per se moet. Zo’n zaterdag met een heerlijke zon. Zo’n dag dat je vrijer ben dan de rest. Dus tijd om eens de krant door te nemen. Een stukje uit een boek lezen. Uit een ander boek weer een klein hoofdstuk. En waar was dat ene verhaal ook alweer gebleven?

Wat mij betreft blijven deze zaterdagen altijd bestaan.

Was het maar altijd zaterdag.

Maar misschien ligt de kracht van de zaterdag wel in het feit, dat deze dag maar eens per week voorkomt. Dan hebben we ook weer iets om naar uit te kijken.

BLØF – Zaterdag (Ahoy’ 1999)

jul
05
2013

De tweede helft

Het jaar 2013 is deze week zijn tweede helft ingegaan. Tot zover niets bijzonders. Zodra het de langste dag van het jaar is geweest, zijn we over de helft. De dagen worden weer korter. Daar merk je de eerste dagen weinig van. Net zo min als na de kortste dag de dagen weer langer duren.

Dat zijn geen nieuwe ontwikkelingen.

Net zo min als dat wij westerlingen de dagen hebben ingedeeld in 24 uur. Hoe lang of hoe kort de zon ook schijnt. De dag van vandaag duurt even lang als de dag van gisteren. Dat vinden wij zoals het hoort.

In onze kenniseconomie.

Waarin we altijd maar meer moeten hebben.

En wat we willen hebben, plannen we ook in.

Want we weten hoeveel tijd we hebben.

We weten ook hoeveel tijd we tekort komen.

We zijn teveel ontevreden met alles. En te weinig tevreden met niets.

Maar ik ben dit blog niet begonnen om de dominee uit te hangen. Ik ben dominee Van Zanten niet. Ik ben maar een eenvoudige schoenenlapper. In wiens leven misschien wel een kentering is gekomen. Misschien.

Het begon vorige week al met de verschijning van ‘Wat zie je, mensenkind?’ Dit boek is de weergave van mijn traject #WijDoenHetZelf. Ik heb tijdens dat traject gedaan wat ik het liefste doe: elke dag een stukje schrijven.

Deze week heb ik mijn plan ter goedkeuring gelegd aan De Plannenmakers. Wat het plan is, laat ik nog even in het midden. Wel meld ik bij deze, dat ik per 1 januari 2014 ga beginnen. Formeel dan. Met die datum in het vooruitzicht kan ik al wat werk verzetten.

Maar dat is allemaal van later zorg. Het is wel een mooi vooruitzicht. Ik kijk er graag naar uit.

Eerst maar afmaken met waar ik deze week mee ben begonnen. Een stage bij de FrieslandPost. Als redacteur. Ik hoef deze stage inderdaad niet te lopen om mijn schooldiploma te behalen. Toch heb ik gesolliciteerd – om werkervaring op te doen in mijn vakgebied.

Ik ben ook aangenomen voor deze stage. Waar ik de FrieslandPost zeer erkentelijk voor ben, dat moge duidelijk zijn. Tot en met oktober schrijf ik verhalen voor het tijdschrift. Voor iedereen die van Fryslân houdt.

Met recht kan ik dus zeggen dat ik met de tweede helft van 2013 aan iets nieuws ben begonnen. En dat ik iets heb afgerond. #WijDoenHetZelf is definitief een gesloten boek, door het verschijnen van ‘Wat zie je, mensenkind?’

De ontwikkeling van mijn bedrijf bevindt zich nu in een interbellum tussen een goedkeuring en de definitieve start van mijn onderneming.

En in dat interbellum ben ik actief als redacteur. Bezig in het vak waar ik een diploma in heb behaald. In een vak dat ik beheers: het schrijven.

Een ommekeer? Misschien wel. Dat zal de toekomst uitwijzen.

Voor wie geloofde dat het einde van de Maya-kalender ook het einde van de wereld betekende (afgelopen kerst): dat is zeker niet het geval. Met frisse moed maken we van deze aarde iets moois!