jun
05
2015

Tariq Aziz

De Irakees Tariq Aziz is overleden. De belijdend christen was een kwart eeuw vicepremier onder het bewind van Saddam Hoessein. Daarnaast was hij ook acht jaar Minister van Buitenlandse Zaken. Met zijn pak, zijn das en zijn vloeiende Engels was Tariq Aziz in het buitenland het gematigde gezicht van een wreed regime.

Tariq was lid van de Chaldeeuws-katholieke Kerk en was geboren met de naam Mikhail Yuhanna. In Bagdad studeerde hij Engelse Literatuur en Taalwetenschappen, wat zijn goede Engels verklaart. Toen hij zich in de jaren zestig aansloot bij de Ba’ath-partij, veranderde Mikhail Yuhanna zijn naam in Tariq Aziz. Zijn geloof verloor hij niet, ook niet toen hij dikke vrienden werd met de latere dictator Saddam.

Het is natuurlijk altijd lastig, een dilemma pur sang. Moet je als christen strijden tegen een dictatoriaal regime, met politici die een volstrekt ander geloof belijden? Of moet je meedoen, een hoge functie pakken en op die manier erger voorkomen? Ik weet het niet, ik kan niet oordelen over de beweegredenen en de daden van wijlen Tariq.

Wat ik wel weet, is dat Tariq zich zal moeten verantwoorden tegenover zijn Schepper.

jun
04
2015

Another day in the life

Staatssecretaris Martin van Rijn (PvdA, Volksgezondheid) mag aanblijven, ondanks alle kritiek die hij over zich heen heeft gekregen door de PGB-affaire. Dick Advocaat blijft tóch trainer van het Engelse Sunderland, hoewel hij vorige nog aangaf klaar te zijn als clubtrainer en misschien weer bondscoach van België zou worden. Bij een Friese terpdame, wiens lichaam in de zevende eeuw ter aarde werd besteld en zo’n honderd jaar geleden weer boven kwam, is het gezicht gereconstrueerd. De kerken in Oost- en West-Duitsland komen nader tot elkaar in de ongedeelde hoofdstad. De Avondvierdaagse is vanavond via de Via Gladiola naar zijn hoogtepunt gelopen.

Het is zomaar een dag in het leven. Another day in the life on your way to your journey’s end.

jun
03
2015

Treinreizen

Voor een lezing over Bob Dylan, trok ik gisteravond naar Amersfoort. Het geografische midden van Nederland. De lezing vond plaats in de plaatselijke Volksuniversiteit, in een straatje met allemaal woonhuizen waar in een aantal een maatschappelijke functie hun functie vervulden. Waaronder dus een volksuniversiteit.

Het was een prettige avond, ik heb me vermaakt. Geheel volgens plan haalde ik de trein van 22.37 uur, en ik zou volgens planning om 18 minuten over middernacht in Leeuwarden aankomen. Dat was de planning, inderdaad. Want het zou heel anders verlopen, maar dat wist ik pas nadat we het station van Zwolle al waren gepasseerd.

Sterker nog, het station van Meppel was al bijna in zicht toen de trein stopte. De machinist liet weten dat we daarna weer verder zouden rijden, maar dat hij de trein moest stilzetten omdat er een probleempje was. Maar de trein ging niet meer verder. Langzaam maar zeker vervielen alle functies in de wagons. Zelfs de lichten boven het gangpad gingen uit.

Stress bij het cabinepersoneel. Want dit is niet de bedoeling. Na verloop van tijd kwam de hoofdconducteur de passagiers, mij en mijn fellow travelers, vertellen dat de trein niet meer op eigen kracht verder kon. Het wachten was op een trein uit Zwolle, die ons naar Meppel zou duwen (of trekken). En vanaf Meppel zouden we of met dezelfde trein verder, of met een bus.

Het wachten duurde maar. En omdat je niet weet hoe lang je moet wachten, duurt wachten extra lang. Ondertussen hield het cabinepersoneel ons op de hoogte dat er een trein uit Zwolle kwam om ons te duwen naar Meppel. De laatste reguliere treinen uit Zwolle passeerden ons.

Ondertussen zagen we op de parallelweg naast het spoor een auto met oranje zwaailichten halt houden. En nog een auto met zwaailichten. En nog één. En nog één. Een commissie van wijze mannen bekeek de situatie met de trein. Een sloot voorkwam dat de mannen naar de trein konden komen.

Plots werden we opgeschrikt door een klap. De beloofde trein was gekomen! Nu konden we door naar Meppel, op z’n minst. En vandaar zouden we wel weer naar Leeuwarden komen. Hetgeen geschiedde: in Meppel stond een dubbeldekker-reisbus voor ons klaar, om ons via Steenwijk en Heerenveen naar de Friese hoofdstad te brengen.

Aankomsttijd op station Leeuwarden: 2.37 uur.

jun
02
2015

Doe Maar in concert mei 2000

Doe Maar - 2 juni 2000

Het is vandaag precies vijftien jaar geleden dat ik naar mijn eerste popconcert ben gegaan: Doe Maar in Ahoy’, Rotterdam. Dit concert was één van de zestien reünie-concerten die de nederpopband in Ahoy’ speelde. Ik toog naar het concertstadion met mijn oudste broer Thijs, het was het Hemelvaartsweekend.

Sinds dit concert heb ik nog vele andere concerten bezocht. Van Doe Maar zelf, ik heb de mannen nog twee keer gezien (in 2008 en 2012). Van de frontmannen Ernst Jansz en Henny Vrienten. Van het Doe Maar-nevenactiviteit CCC Inc. Van Bob Dylan, Bruce Springsteen, Fred Eaglesmith. Zelfs een optreden van Meat Loaf. Ik heb BLØF een aantal keer live gezien. Het totaal aantal concerten tel ik niet meer.

De optredens die ik heb gezien, het is allemaal begonnen bij Doe Maar. Die avond in Ahoy’, ik was nog maar veertien. Het kaartje vermeldde ‘Beperkt zicht’; Thijs en ik waren opmerkelijk dat onze plaatsen een beperkt zicht hadden. Wij hadden uitstekend zicht op de band, vanaf de zijkant keken we op de mannen.

Dat was toen. Vijftien jaar geleden.

jun
02
2015

Kranten-zaken

Hille van der Kaa wordt de nieuwe hoofdredacteur bij BN de Stem. Zij is een bekende in de journalistiek. Momenteel is zij bij Fontys aan het werk is ze docent en onderzoeker bij de datajournalistiek opleiding aan de Universiteit van Tilburg. Eerder al werkte ze al bij Utrechts Nieuwsblad als journaliste en zette zij bij Wegener het online medium Peper op.

Tegelijk lezen we met ons allen steeds minder in kranten. Volgens de Britse krant The Guardian wordt er 16,3 minuten per dag in een krant gelezen, tegenover 21,9 minuten per dag in 2010. Dat is een verschil van 25 procent in vijf jaar tijd. De verwachting is dat het aantal minuten dat aan een krant wordt besteed, nog verder zal afnemen.

Dat is jammer, dat we steeds minder kranten lezen. Want niets is zo prettig om het nieuws rustig te lezen in een fysiek nieuwsmedium. Natuurlijk worden we de hele dag door op de hoogte gehouden van het laatste nieuws, maar een krant is een rustpunt in de hectiek van alle dag. Een krant moet keuzes maken welk nieuws zij brengt – er is immers een beperkte ruimte beschikbaar. Dat betekent dat in nieuws wordt gefilterd en onbelangrijke of onzinnige nieuwsfeitjes worden geweerd.

Daarnaast levert een krant ook achtergronden en legt het verbanden tussen nieuwsberichten. Dat vermindert dat we alleen maar hapsnapnieuws tot ons nemen. Nieuws staat vaak in verband met ander nieuws, of er is op z’n minst een vervolg tussen nieuwsberichten. Juist een krant kan daarin helderheid geven.

Ik vind het hoopvol dat een krant als BN de Stem een nieuwe uitdaging kan zijn voor een hoofdredacteur. Dat iemand kiest om naar een papieren medium over te stappen. Een mooier beroep dan journalist, schrijver en (hoofd)redacteur is er niet.

jun
01
2015

De onbekende profeet en de profeet Elia

In sommige Joodse gezinnen wordt altijd een bord extra gedekt voor tijdens het eten. Het zou namelijk kunnen gebeuren dat de onbekende profeet of de profeet Elia in eigen persoon tijdens etenstijd bij je aanklopt. Dan moet hij kunnen mee-eten.

Het idee dat de onbekende profeet of Elia er aan komt, is een Bijbels gegeven. Allereerst de onbekende profeet. Deze wordt door Mozes aangekondigd tijdens zijn afscheidsrede in Deuteronomium. In vers 15 van hoofdstuk 18 zegt Mozes: “Hij [God] zal in uw midden profeten laten opstaan, profeten zoals ik. Naar hen moet u luisteren.”

Mozes heeft het hier over het profetenambt, in het verlengde van zijn eigen taak, waarbij Gods woord moet worden overgebracht aan het volk. De uitdrukken ‘profeten zoals ik’ kan doen vermoeden dat bepaalde personen in de toekomst een bijzondere rol zullen spelen. Alles wijst erop dat men het van meet af aan zo heeft opgevat.

Aan het eind van Deuteronomium merkt de auteur op dat er in Israël geen profeet zoals Mozes is opgestaan met wie de HEER rechtstreeks sprak (Deut. 34: 10). Dat wekt de suggestie dat er in Israël niet snel een profeet als Mozes werd verwacht en dat er vanuit werd gegaan dat de profeten die na Mozes zouden opstaan, de taak die in hoofdstuk 18 staat vermeld, niet volledig zouden vervullen. Zo wachtten de Israëlieten in de nieuwtestamentische tijd nog steeds op de komst van die figuur die de rol van profeet zou vervullen als Mozes (zie Johannes 1: 21 en 6: 14).

In het Nieuwe Testament neemt Jezus die rol op zich (zie de toespraak van Petrus in Handelingen 3: 22ev). Hij is de profeet die het hele vroegere profetenambt samenvat en dat op twee manieren tot voltooiing brengt: door middel van zijn woord, dat de definitieve openbaring van de HEER brengt (Hebreeën 1: 1-2), en door middel van zijn werk, dat de profetieën van de profeten in het oude verbond in vervulling doet gaan. Maar hij is ook de profeet als Mozes op een unieke wijze en zelfs meer dan Mozes, omdat hij de middelaar is van een nieuw verbond (Hebreeën 3: 1-6).

En dan nog de terugkomst van de profeet Elia (Elia, Eliyahoe betekent ‘De HEER is mijn God’). Hij was profeet tijdens de regeerperiode van Achab en Izebel. Hij komt zomaar ten tonele in 1 Koningen 17 als ‘de Tsibiet Elia uit Gilead’; Elia komt uit het dorpje Tsibe in Gilead, ten oosten van de Jordaan. Hij kleedde zich in een haren mantel met een leren gordel om zijn middel. Ageerde tegen het koningspaar, won de weddenschap tussen zijn God en de priesters van de Baäl. Kende een depressieve periode bij de Horeb. En werd aan het einde van zijn leven door een vurige wagen en vurige paarden opgehaald door de hemel.

Zijn collega Maleachi profeteert in hoofdstuk 3 dat Elia in de eindtijd terug zal komen om de relatie tussen ouders en kinderen te herstellen. In deze profetie is een nieuwe Elia bedoeld, een profeet die een dienst zal verrichten die vergelijkbaar is met die van Elia. Het gaat stellig om de bode (aangekondigd in Maleachi 3: 1). Jezus verklaart dat deze profetie is vervuld door de komst van Johannes de Doper (Mattheüs 11: 13-14; 17: 10-13; Marcus 9: 11-13). Johannes de Doper heeft zijn dienst verricht ‘met de geest en kracht van Elia’ (Lucas 1: 17).

Toch identificeert Johannes de Doper zich niet met Elia of de onbekende profeet, als een ‘commissie van wijzen’ een onderzoek start naar Johannes’ identiteit. Sterker nog, Johannes ontkent dat hij de onbekende profeet of Elia is (ondanks de gemeenschappelijke sobere leefwijze tussen Elia en Johannes), hij ziet zichzelf slechts als een stem die de weg bereidt voor de Heer (een profetie uit Jesaja 40: 3). Het is de bescheidenheid van Johannes, dat hij zichzelf niet als de vervulling ziet van een profetie.

Toch had hij kunnen zeggen dat hij inderdaad Elia is – misschien niet de profeet, maar wel de aangekondigde terugkeer (of ‘incarnatie’) van de wonderlijke man uit Tsibe. De engel Gabriël kondigt aan Johannes’ vader Zacharias de geboorte aan en haalt twee Bijbelse beelden naar voren. Allereerst het beeld van een bode. Johannes heeft als taak om de leden van Gods volk tot inkeer te laten komen, wat betreft hun relatie met de Heer en hun onderlinge verhoudingen.

Ook geeft Gabriël de vergelijking met Elia, waarmee Johannes een bijzondere profeet zal zijn. Zijn kracht zal niet in wonderen, maar in zijn profetische boodschap tot uiting komen (zie Maleachi 2: 6). Wat betreft de term ‘hun kinderen’, daarmee doelt de engel dat Johannes is geroepen om de overgang van het oude verbond naar het nieuwe verbond voor te bereiden.

Johannes de Doper zegt zelf dat hij niet de Elia is zoals de Joden die voor ogen hadden, maar Jezus bevestigt later dat Johannes de profetie van Maleachi 3 heeft vervuld, waarbij we Elia moeten beschouwen als de voorafschaduwing of de aankondiging van Johannes de Doper (zie Mattheüs 11: 14 en 17:10-13).

Kortom, de komst van de onbekende profeet en de terugkomst van de profeet Elia zijn geen foute beelden. Om voor deze profeten een bord klaar te zetten, is een mooi gebaar van gastvrijheid. Maar beide personen zijn reeds geweest. De onbekende profeet kende zijn komst in de figuur van Jezus Christus, Elia kwam terug als Johannes de Doper (ondanks zijn bescheiden ontkenning).

(Deze gedachten komen onder meer uit de Studiebijbel In Perspectief, de NBV Studiebijbel, de NBV Jongerenbijbel en de HSV Jongerenbijbel).

mei
31
2015

RAMSES

Ik ben geen kenner van films, televisie en tv-series. Dat gezegd hebbende kocht ik een aantal maanden geleden de televisie-serie RAMSES, gemaakt door de gecombineerde omroep AVROTROS. Natuurlijk kende ik wel wat van Ramses Shaffy (‘Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder’, ‘Laat me’, ‘Het is zo stil in Amsterdam’), maar verder wist ik weinig van de man.

De vierdelige televisie-serie RAMSES is geen biografie, meer een gedramatiseerde schets over Shaffy’s leven. In grofweg vijftien jaar wordt zijn leven verteld; elke aflevering is een belangrijk jaartal: 1959, 1964, 1971 en 1974. Wat je te zien krijgt, is het verhaal van een man die op zoek is naar erkenning.

Resultaat? Natuurlijk veel muziek. Maar ook vrouwen én mannen. Drank. Drugs. Deurwaarders. Comebacks. En de onvermijdelijke Korsakov. Deze ziekte, waarbij de hersenen worden aangetast door overmatig drankgebruik, komt in de serie al naar voren en wordt ook geconstateerd, terwijl het in werkelijkheid pas later aan het licht zal komen.

Dat schaar ik gemakshalve maar onder de creatieve vrijheid van de serie-makers. Het heeft mij niet gestoord, daarvoor ben ik te weinig thuis in Shaffy’s leven. Een leuke en goede kennismaken met de persoon Ramses Shaffy is de serie wel. Waarvoor dank.

mei
30
2015

Alex van Nes

Afgelopen weekend heb ik een inspirerende workshop meegemaakt van Alex van Nes. Deze Amsterdam emigreerde een aantal decennia geleden naar Genk, waar hij sindsdien is blijven hangen. Stilzitten doet hij echter niet; Van Nes geeft workshops over straatevangelisatie. Wat dat precies inhoudt, die workshop en de straatevangelisatie, daarover kan ik na dit weekend alles vertellen. Maar dat doe ik niet – ik weet het, ik ben een lafaard.

Ik verwijs enkel naar het weblog van Alex van Nes. Dat lijkt me voldoende.

mei
29
2015

Klaassen en Van Dijk

Klaassen & Van Dijk - A Slice Of Dylan

Het was een zwarte dunne envelop dat in mijn brievenbus lag. De sticker op de achterkant was een afbeelding van een elpee: in het midden een foto van een jonge Bob Dylan, en een ingezette uitvergroting van de elpee. Voorzichtig maakte ik de envelop open, en ontdekte een cd, een dunne smalle cd.

Het bleek te gaan om A Slice Of Dylan door het duo Michel van Dijk en Marc Klaassen. Zij hebben een cover-cd gemaakt met 12 songs van -jawel- Bob Dylan. De heren hebben er werk van gemaakt: John Sinclair schrijft de liner notes. En dat is dan alleen een randkwestie.

En dan nog de muziek, Van Dijk doet de zang en Klaassen zorgt voor vrijwel alle muziek, soms aangevuld door een prima begeleidingsband. Mooi klinkt het, uitstekend. Een verantwoorde coverplaat is het zeker.

mei
28
2015

Boek: Geert Van Oyen – De Marcuscode

1001004002616937

De afgelopen dagen heb ik het boek De Marcuscode van Geert Van Oyen gelezen. De Vlaamse hoogleraar Nieuwe Testament bespreekt hierin het evangelie naar Marcus. Van Oyens uitgangspunt is dat Marcus als een roman gelezen kan worden, en zo behandelt hij het boek dan ook. In De Marcuscode gaat de hoogleraar op narratieve wijze op zoek naar de code om het Bijbelboek te kunnen begrijpen.

Deze manier van lezen heeft een positief punt. Door het evangelie te lezen als een roman, gaat de lezer letten op bepaalde aspecten. Bijvoorbeeld de herhaling in het boek. Bijvoorbeeld de herhaling van de wonderbare spijziging, het herhalen van de vraag in het antwoord.

Het goede van dit boek vind ik ook dat Van Oyen aan zijn lezers een terechte vraag stelt: Wie is Jezus voor jou? (‘Wie zegt gij dat Ik ben?) De lezer staat continue voor de keuze of hij verder wil lezen in het evangelie en wie de hoofdpersoon uit dit Bijbelse werk voor hem betekent. Ook wordt de lezer voor de keuze gesteld om de boodschap van Jezus’ verhaal te leven. Het open einde van dit evangelie stelt de lezer voor een opdracht: “Dat de leerlingen en de lezers naar Galilea moeten gaan impliceert dat de ervaring van de verrijzenis volgens [het evangelie volgens Marcus] in het leven zelf te vinden is. Zolang er reële lezers zijn die dit geloven en in het spoort van Jezus treden, zal het revolutionaire verhaal van Marcus geen einde kennen.”

Tegelijk schuilt er een gevaar in deze narratieve benadering van het Marcus-evangelie. Dat gevaar uit Van Oyen ook met zoveel woorden, namelijk dat door het lezen van de Bijbel als een roman de historische betrouwbaarheid verdwijnt. Het is wel waar maar het is niet echt gebeurd.

Daarmee wordt het unieke karakter van het christendom onderuit gehaald: dat verlossing iets is dat buiten het bereik van mensen ligt. Juist het feit dat Jezus daadwerkelijk heeft geleden, is gestorven én is opgestaan, is het uitzonderlijke van het christelijk geloof. Hoe goed mensen ook kunnen leven, hun heil komt van Iemand anders. Juist dát verhaal moet christenen aanzetten om de wereld te verbeteren, en niet de keuze om een roman tot uitvoer te brengen.

Naar aanleiding van:

Geert Van Oyen – De Marcuscode, Averbode / Kok Kampen, eerste druk 2005